TV Krant

Real steel (2011)


real-steel.jpg
Rocky met robots, dat is de beste omschrijving van ‘Real steel’. Een vader en zijn zoontje leren een robot om te vechten in de boksring. Het resultaat is spetterend metaalgekletter met een heel standaard verhaaltje.

Tekst: Maarten van der Meer

Aanzwellende muziek, een jongen en een robot die de spotlights van een overvol sportcomplex binnenstappen en dan simultaan beginnen te dansen voor een uitzinnige menigte. Het zijn precies de beelden die je verwacht bij een sportfilm en het zijn ook precies de scènes waar ‘Real steel’ vol mee zit. Van de eerste scène waarin een vuinisbakkenrobot van de uitgerangeerde bokser Charlie (Hugh Jackman) met een enorme stier knokt tot de eindscène waarin het wereldkampioenschap op het spel staat. Alles komt zo uit het boekje en het mechanische script lijkt daardoor wel geschreven door... een robot.

Guilty pleasure
Beter goed gejat dan slecht bedacht natuurlijk en ‘Real steel’ is zeker een ‘guilty pleasure’, een film die makkelijk vermaak biedt. ‘Real steel’ begint als een typische sportfilm. Charlie is een loser met hele matige vechtrobots. Hij kan zich maar net in leven houden met het oplappen van verroeste tweedehands machines. Als zijn ex overlijdt zit Charlie tegen zijn wil met zijn zoontje Max (Dakota Goyo) opgescheept. Het botert totaal niet tussen de twee, tot ze een gemeenschappelijke passie blijken te delen: Robots! Als het tweetal op een schroothoop naar oude onderdelen zoekt om een vechtmachine op te lappen, ontdekt Max onder de modder een robot en neemt hem mee. Het is een antiek model, maar wel een met bijzondere mogelijkheden. Al snel gaat robot Atom wedstrijden winnen en lonkt er een groots gevecht om de wereldtitel tegen Zeus, een godheid onder de robots.

Boksles
Hugh Jackman is een prima acteur en een bokser spelen is voor hem een peulenschil. Hij kreeg les van de beroemde exbokser Sugar Ray Leonard, maar had ook zonder die voorbereiding een goed figuur geslagen. Lastiger heeft Jackman het met zijn rol als slechte vader. Zijn desinteresse in zijn zoon komt een beetje raar over en dat hij zijn eigen kind wil verpatsen om nieuwe onderdelen te kopen is zelfs ongeloofwaardig. Misschien is Jackman ook niet de beste acteur om een rotzak te spelen. Hoe hard hij ook zijn best doet grimmig en gruizig te zijn, de Australiër blijft iets vriendelijks uitstralen. Gelukkig wordt de band tussen vader en zoon al snel beter en komt Jackman beter tot zijn recht.

Robotsing
Dat het menselijk acteerwerk niet heel overtuigend is en het verhaal niet heel sterk, maakt gelukkig niet zo veel uit. De robots spelen toch iedereen van het doek. Wie naar ‘Real steel’ gaat, wil vechtende robots zien. En die zijn er volop. Zonder echt in herhaling te vallen zien we minimaal zes flinke gevechten die er schitterend uitzien. Robots met twee hoofden, robots met een hamer, enzovoorts. Als ze maar vechten. En dat doen ze levensecht. Echte boksers knokten een partijtje, waarna de computertekenaars de robots dezelfde bewegingen lieten maken. Dezelfde performancecapture-methode als bij de blauwe wezens in ‘Avatar’ of de gorilla in ‘King Kong’. Het resultaat is een knap staaltje computeranimatie. De metalen dingen krijgen door hun fraaie uiterlijk en de perfomance capture-techniek echt karakter en daardoor leef je met de blikken mannetjes mee als ze flinke klappen oplopen en de metalen onderdelen als zweetdruppels langs hun hoofden vliegen. Au!

Robot rocky
Regisseur Shawn Levy brengt genoeg flair in die gevechten, met mooi gebruik van licht en schaduw. In de twee ‘A night at the museum’-films had Levy ook al laten zien met tot leven gekomen wezens uit de voeten te kunnen en ook hier vormen ze het middelpunt van zijn film. Speciale aandacht is er natuurlijk voor Robot Atom die door Max uit het modderige oudemetalenkerkhof is gered. Met zijn verroeste uiterlijk is hij het mechanische equivalent van Rocky Balboa. Hij is oud, heeft tijden niet meer gebokst, is duidelijk in elke partij de underdog, maar heeft een onvoorstelbaar incasseringsvermogen. Daarnaast lijkt hij vriendelijk en de scènes waarin hij Max imiteert en met hem danst, stralen warmte uit. En dat is knap met een karakter van koud, emotieloos staal en kleine groen oplichtende ogen.

2014
Tot zover het goede nieuws. Op het gevaar af dat de robots ons komen halen, toch nog even wat minpuntjes. Visueel mag de film dan een topper zijn, het verhaal blijft op zijn best matig. Behave dat er gestrooid wordt met clichés, lijkt het ook net of sommige verhaalijntjes aan het eind domweg vergeten worden. Wat gaat er nu met vader en zoon gebeuren na het laatste gevecht en wat bedoelt Max als hij zijn vader toefluistert “je geheim is veilig”? Geen idee. Misschien dat het duidelijk wordt in ‘Real steel 2’ dat in 2014 in de bioscopen komt. Maar tegen die tijd bent u dit popcornvermaak allang weer vergeten.

Vandaag op TV