TV Krant

A Christmas carol (2009)


carol.jpg
Het klassieke kerstverhaal ‘A christmas carol’ is in een nieuw jasje gestoken. Wat filmtechnieken betreft dan, want het verhaal rond vrek Ebenezer Scrooge is ouderwets geestig en griezelig.

Sinds het overlijden van zijn zakelijke partner Jacob Marley runt Ebenezer Scrooge (Jim Carrey) hun geldleningkantoor. Hij heeft klerk Bob Cratchit (Gary Oldman) in dienst, die gebukt gaat onder zijn gierige, zure en egoïstische baas. Iedereen gaat eigenlijk gebukt onder de nukken van Scrooge, die weigert ook maar een cent aan de armen te geven en het aanbod van zijn neef Fred (Colin Firth) om bij hem het kerstdiner te vieren resoluut afwijst: Scrooge vindt kerst namelijk onzin. Op kerstavond wordt hij opgeschrikt door de geest van Jacob Marley. Die waarschuwt Scrooge dat hem een rotleven na de dood te wachten staat als hij zijn leven nu niet betert. Als stok achter de deur zal Scrooge door drie geesten worden bezocht, die hem het verleden, het heden en de toekomst laten zien. Kunnen zij Scrooge z’n kille hart laten smelten, voor het te laat is?

Robert Zemeckis weet het zeker: ‘performance capture’-films worden het helemaal. De regisseur (o.a. ‘Back to the future’, ‘Forrest Gump’) is zo zeker van zijn zaak dat hij alleen nog maar dit soort films wil maken. Dat heeft sinds 2004 drie films opgeleverd: ‘The polar express’, ‘Beowulf’ en nu ‘A christmas carol’. Maar wat is ‘performance capture’ eigenlijk? Deze techniek komt er in het kort op neer dat de acteurs in nauwsluitende pakken vol sensoren worden gehesen, en spelen tegen een lege achtergrond. In de computer wordt die achtergrond ingevuld, en belangrijker; de ménsen ingevuld. Je kunt de personages namelijk van vorm laten veranderen, zonder dat je daarbij de karakteristieke manier hoe de acteurs bewegen weghaalt. En zo zien we Jim Carrey niet alleen als bejaarde Ebenezer Scrooge, maar speelt hij de vrek ook in vier fases van zijn leven, beginnende bij die van een jongetje. Daarnaast neemt Carrey ook de drie geesten voor zijn rekening. Lachebek Carrey houdt zich trouwens in: het moet voor de komiek heel verleidelijk zijn geweest om het soms behoorlijk enge verhaal met een grapje hier en een kwinkslag daar te verluchtigen. Maar Carrey speelt Scrooge ‘straight’, en dat doet hij erg goed.

Het boek ‘A christmas carol’ van Charles Dickens dateert alweer uit 1843 en is nu, 166 jaar later, nog steeds een veelgelezen kerstklassieker met mooie thema’s als naastenliefde, inzicht, loutering en vergeving. Het verhaal is al tientallen keren verfilmd, en nu dus met de modernste technieken. Maar dat betekent gelukkig niet dat het verhaal ook is ‘opgepimpt’. Integendeel, het taalgebruik doet oud-Engels aan, met uitdrukkingen en zinconstructies die we heden ten dage hopeloos ouderwets zullen vinden. Maar dat hoort erbij, net zoals het verhaal soms behoorlijk enge paden opgaat. Het moment waarop Jacob Marley’s lijkbleke hoofd op de deurklopper van Scrooge verschijnt zorgt voor rillingen over de rug. Ook de geest van de toekomst is een griezelige gedaante, een zwarte dreigende gestalte met skeletachtige vingers die priemend vanonder zijn zwarte cape wijzen. Dit zijn nachtmerrieachtige scènes, maar je begrijpt ook wel dat een zo tot op het bot verzuurd persoon als Scrooge zich niet door een simpel spookje zich laat bekeren. Hij moet met hel en verdoemenis om de oren worden geslagen, om zo het juiste pad te zien. ‘A christmas carol’ is dus absoluut geen sentimentele kinderfilm. Wel een fijne familiefilm met (kerst)ballen.

Vandaag op TV