TV Krant

Public enemies (2009)


pub.jpg
De overheid bombardeerde hem tot staatsvijand, de bevolking bombardeerde hem tot held: bankovervaller John Dillinger. Het publiek had sympathie voor hem, maar de overheid allerminst, en FBI-agent Melvin Purvis moest Dillinger stoppen.

Koud uit de gevangenis besluit John Dillinger (Johnny Depp) al weer snel zijn oude beroep van bankovervaller op te pakken. Het is 1933: Amerika zucht onder een zware economische crisis, en de gewone man ziet de banken als de veroorzakers van deze financiële ramp. Zij vinden het dan ook helemaal niet erg dat een gentlemangangster de banken berooft die op hun beurt het volk hebben beroofd. De regering heeft er uiteraard wel problemen mee, en J. Edgar Hoover (Billy Crudup), oprichter van de FBI, zet zijn beste man op de zaak. Deze Melvin Purvis (Christian Bale) lijkt beet te hebben als hij Dillingers enige zwakke plek, zijn vriendin Billie Frechette (Marion Cotillard) in handen krijgt.

De film mag zich dan 76 jaar geleden afspelen, ‘Public enemies’ voelt verrassend hedendaags aan. Niet alleen door het feit dat de wereld toen ook ondergedompeld was in een economische crisis, maar vooral omdat regisseur Michael Mann ervoor waakt om de jaren 30 nostalgisch in beeld te brengen. In veel films over vroeger tijden hangt de ouderwetsheid als een gordijn tussen de kijker en wat er zich op het doek afspeelt: het blijft afstandelijk, omdat het zo overduidelijk een andere tijd is. Mann weet dit slim te omzeilen door niet rechttoe-rechttaan te filmen, maar om digitale camera’s te gebruiken. Omdat het camerawerk zo helemaal 2009 is, stap je veel makkelijker 1933 binnen. Want je bent je als kijker bewust van dit moderne stuk techniek: de beelden zijn vlijmscherp en soms ietwat overbelicht, en omdat de camera zo handzaam is zit je enorm dicht op de huid van de acteurs. In sommige scènes kan je letterlijk de poriën op Christian Bale’s neus tellen. Da’s nog eens met je neus erbovenop zitten!

Mann is ook de man die in 1995 de misdaadklassieker ‘Heat’ maakte. Een vergelijking kan niet uitblijven: beide films gaan immers over het kat-en-muisspelletje tussen een agent en een bankovervaller. En de beroemde schietscène in ‘Heat’, waarbij na een mislukte bankoverval een kwartier lang de kogels je om de oren vliegen, wordt in ‘Public enemies’ nog eens dunnetjes overgedaan. Dillinger en zijn mannen hebben zich verschanst in een pension in het bos, en Pervis’ team heeft het gebouw omsingeld. Om aan de politie te ontsnappen, banen de criminelen zich schietend een weg. Het resultaat is een nu al klassieke scène van wederom minstens vijftien minuten. Naast een feest voor het oog (donkere schaduwen in het mistige bos, het vuur dat uit de tommyguns braakt) is het geluidstechnisch om van te smullen. Er wordt de nadruk gelegd op de inslag van de kogels, en die maken in elk ‘materiaal’ weer een ander geluid. Een droge ‘tik’ in bomen. Een harde ‘tang’ in auto’s. Een wervelende ‘woesh’ door takken. Een gedempte ‘pof’ in lichamen. Zo ontstaat er een geweldige symfonie van moorddadige klanken.

Maar waar ‘Heat’ een verzonnen verhaal was, berust ‘Public enemies’ op ware feiten. Soms worstelt de film hiermee. De laatste confrontatie tussen cop en crimineel schreeuwt om een dramatisch hoogtepunt, maar dat staan de feiten niet toe. Hierdoor is het einde een beetje een domper. Verder zit het grote verschil met ‘Heat’ hem in de psyche. Toen werden zowel Al Pacino’s detective Vincent Hanna als Robert De Niro’s crimineel Neil McCauley psychologisch helemaal doorgelicht. We leerden hun achtergronden en drijfveren kennen, en het bleek dat de beide mannen eigenlijk weinig van elkaar verschilden, al stonden ze allebei aan een andere kant van de wet. In ‘Public enemies’ draait het vooral om John Dillinger, maar die gaat niet echt diep. Het is een man die leeft voor het moment. Alles wat vijf minuten eerder of later gebeurt, is niet interessant: Het gaat om het nu. Een mooie manier van leven, maar daardoor blijft de man (letterlijk en figuurlijk) ongrijpbaar. En zijn achtervolger Melvin Purvis verdoet ook weinig tijd aan emotie. Als een machine zit hij achter zijn prooi aan, alleen zijn blikken verraden soms meer gevoel. Of Purvis een gezin heeft, of wel eens gezellig met zijn vrienden een biertje drinkt? Dat soort info is tijdens kantoortijden niet interessant. Dan is hij 100 procent agent, en we zien hem in de film alleen ‘in functie’.

‘Public enemies’ is geen warme film. De hoofdpersonen zijn koel en efficiënt, en het digitale camerawerk geeft het een wat kille uitstraling, alsof je naar een documentaire zit te kijken. Maar dit is tegelijkertijd de grote kracht van de film. Juist omdat er weinig filmtrucjes worden gebruikt om de film op te leuken of dramatischer te maken, heb je des te meer het gevoel dat je naar iets echts zit te kijken.

Vandaag op TV