TV Krant

Four brothers (2005)


Four-Brothers.jpg
Vier mannen komen samen voor de begrafenis van hun adoptiemoeder. En voor de begrafenis van haar moordenaar, want kom niet aan mama!

De bejaarde Evelyn Mercer (Fionnula Flanagan) zorgt er al tientallen jaren voor dat ontspoorde kinderen, of ze nu wit, zwart, geel of paars zijn, een goed adoptiegezin krijgen. Maar vier jongens waren zo onhandelbaar dat ze deze zelf in huis nam. Als Evelyn bij een roofoverval wordt doodgeschoten, komt dit -inmiddels volwassen- viertal terug naar Detroit om haar te begraven. Het gaat om heethoofd Bobby (Mark Wahlberg), playboy Angel (Tyrese Gibson), zakenman Jeremiah (André Benjamin) en rocker Jack (Garrett Hedlund). Al snel komen ze erachter dat het niet een ‘gewone’ roofoverval was, maar een executie. Moeders zou teveel weten van lokale gangsterbaas Victor Sweet (Chiwetel Ejiofor). De vier broers besluiten zelf op onderzoek te gaan. En aangezien er nu geen moeder meer is om hen in het gareel te houden, verloopt hun zoektocht naar de moordenaars bepaald niet zachtzinnig.

John Singleton maakte in 1991 zijn entree in de filmwereld met het sterke gettodrama ‘Boyz n the hood’. Die film heeft de regisseur sindsdien niet meer kunnen evenaren, maar ‘Four brothers’ is wel zijn beste sinds z’n debuut. De ‘hood’ die hij hier neerzet ziet er prachtig neerslachtig uit. Het deed me een beetje aan het ‘Hill street blues’-sfeertje denken: verpauperde straten, gebutste Amerikaanse auto’s en natte sneeuw op de stoep. De vier broers zijn allen gepokt en gemazeld door deze kille omgeving, en hebben ruwe omgangsvormen. Hierdoor had de regisseur van ‘Four brothers’ makkelijk een testosteronfilm kunnen maken met alleen maar stoere mannenmannen, maar gelukkig durft hij ook hun zachte zijde te laten zien. Onder de ruwe bolsters van de Mercerbroers straalt een blanke pit. Dit levert ontroerende momenten op, zoals de scène waarbij ze zwijgend de Thanksgiving-kalkoen opeten. Stuk voor stuk hebben ze even een moment met hun overleden moeder, in de categorie ‘wat zou ma nu zeggen?’ Ook hoe ze met elkaar omgaan getuigt van broederlijk respect en liefde. Ze hebben dan wel een grote bek naar elkaar toe, en rollen regelmatig vechtend over de grond, maar ze zullen elkaar nooit laten vallen.

De Mercers zijn in Detroit om hun moeder te begraven, maar ook haar moordenaar. En de broers schieten zonder pardon iedereen neer die ook maar iets met hun moeders moord te maken lijkt te hebben. Hiermee schudden ze de onderwereld van Detroit goed wakker. “Klop op de deur van de duivel en hij zal eens opendoen” wordt er gezegd. En inderdaad, op een gegeven moment wordt het huis van de Mercers ongenadig onder vuur genomen door een klein leger tot aan de tanden bewapende criminelen. Het vuurgevecht duurt minstens tien minuten, en pas na afloop komt de politie aankakken en mompelt ‘Zelfverdediging’, terwijl de slachtoffers worden afgevoerd.

Bovenstaande scène legt gelijk de fout bloot van ‘Four brothers’. Want de locatie tast de geloofwaardigheid aan. Als de film zich in het wilde westen zou afspelen waren dit soort vuurgevechten een stuk aannemelijker geweest. Want als we de westernfilms mogen geloven waren shoot-outs toen aan de orde van de dag, en liet de wet zich pas na afloop zien. Maar tegenwoordig ongestraft criminelen neerknallen, rechtvaardig of niet? Nee, dat gaat er bij ons niet in. Wellicht hadden we het sneller gepikt als de menselijke scènes minder, eh, menselijk waren. Nu switch je van realistische ontroering naar mythische gevechten, en dat voelt vreemd.

De personages in ‘Four brothers’ variëren van diepgaand tot oppervlakkig. Angels temperamentvolle latina vriendin Sofi (Sofia Vergara) is hoogst irritant, omdat alle clichés van gillende en betweterige latina’s in haar naar voren komen. En jongste broer Jack (Garrett Hedlund) lijkt er vooral bij te zijn gehaald om een blanke rock-en–roller in de gelederen te hebben, want hij hoeft weinig meer te doen dan achter zijn broers aanhollen. Mark Wahlberg is dan weer volkomen overtuigend als oudste broer Bobby. Nooit gedacht dat we de vroegere zanger van ‘Marky Mark and the funky bunch’ nog eens zo hoog zouden aanslaan, maar het is toch echt zo: Wahlbergs Bobby laat zijn tranen stromen en z’n vuisten spreken, zonder dat je je bekocht voelt met vals sentiment. En de Britse Chiwetel Ejiofor zet een enge Amerikaanse gangsterbaas neer. Zijn Victor Sweet is niet van de lijstraffen, maar van het vernederen. Zo dwingt hij een echtpaar van de grond te eten, en een hoge ambtenaar laat hij wachten aan het kindertafeltje. En dat soort degradatie van de menselijke waardigheid is even pijnlijk als een vuistslag in het gezicht.

Het grimmige drama van ‘Four brothers’ verdient vier sterren, tegenover twee sterren voor de groteske actiescènes. Aangezien beide delen fifty/fifty verdeeld zijn over ‘Four brothers’, komt de teller uit op drie sterren. De film verdient sowieso een voldoende, alleen al voor de achterliggende boodschap dat twee rassen nog steeds als broers kunnen samenleven.

Vandaag op TV