TV Krant

The day after tomorrow (2004)


DAY.jpg
Regisseur Roland Emmerich mag in zijn films graag dingen kapotmaken. Zo sloopten buitenaardse wezens het Witte huis in ‘Independence day’, en stampte een enorm reptiel half New York plat in ‘Godzilla’. In ‘The day after tomorrow’ laat hij een nog grotere vijand haar vernietigende kracht tonen. Pas op, want hier komt Moeder Natuur!

Klimatoloog Jack Hall (Dennis Quaid) is aan het werk op Antarctica als er opeens iets bizars gebeurt. Een ijsrots ter grootte van twee keer de provincie Utrecht breekt af. Tijdens een milieuconferentie bespreekt hij het voorval met de Amerikaanse vice-president Becker (Kenneth Welsh), maar die lacht het probleem weg. Niet zo slim, want kort daarna gebeuren er vreemde dingen met het weer in de wereld. Het sneeuwt in New Delhi, en hagelstenen ter grootte van een voetbal vallen neer in Tokyo.
Jack houdt het allemaal nauwlettend in de gaten. Iets waar deze workaholic minder tijd aan besteedt is zijn gezin, bestaande uit echtgenote en arts Lucy (Seal Ward) en zoon Sam (Jake Gyllenhaal). Studiebol Sam vertrekt namens zijn school naar New York om mee te doen aan een bollenbozen-quiz. In zijn team zit ook Laura Chapman (Emmy Rossum), het meisje op wie hij stiekem verliefd is.
Ondertussen blijft het hondenweer in de wereld aanhouden. Via zijn Engelse collega Terry Rapson (Ian Holm) komt Jack tot een schokkende ontdekking. Er komt een enorme klimaatsomslag aan, die een nieuwe ijstijd zal inluiden. Het resultaat? Het complete noordelijk halfrond van de aarde zal veranderen in een ijslandschap. Er valt niets tegen te doen, dus een massale evacuatie naar zuidelijk gelegen landen komt op gang. Jack trekt juist naar het noorden toe, om in een diepgevroren New York zijn zoon te zoeken.

We zullen Roland Emmerich niet snel betrappen op het maken van een klein, existentieel drama over de zwaarte van het menselijk bestaan. Bij deze regisseur moet alles groot, groter, grootst… om het vervolgens allemaal met de grond gelijk te maken. Dat levert ideaal popcornvermaak op als ‘Independence day’, zijn grootste succes tot nu toe. Van ons mag ‘The day after tomorrow’ zelfs een groter succes worden, want Emmerich laat voor het eerst eens zijn tenenkrommende Amerikaanse patriottisme achterwege. Wie herinnert zich niet de president in ‘Independence day’, die zélf achter het stuur van een straaljager kroop om de buitenlandse wezens een lesje te leren? Of burgeroorlogvehikel ‘The Patriot’ (de titel zegt het al), waarin een überAmerikaan (gespeeld door Mel Gibson) de Engelsen uit het land ‘of hope and glory’ joeg? Emmerich, nota bene zelf een Duitser, schilderde in zijn films de Amerikanen af als het perfecte volk. Moedig, stoer en knap.
Godzijdank is hiervan weinig in ‘The day after tomorrow’ te vinden. Hier geen straaljagervliegende president, maar eentje die al redelijk snel in de film wordt afgeserveerd door een lullig helikopterongeluk. En dat Amerika nu eens niet het beloofde land is laat de regisseur in een ironische scène zien: Om de stormen te ontvluchten, proberen duizenden Amerikanen hun heil te zoeken in buurland Mexico. Dit zorgt voor lange rijen bij de grens, en velen proberen illegaal het land in te komen. In het echte leven is het natuurlijk al tientallen jaren andersom, maar in de film stelt Mexico wél zijn grenzen open voor die arme Amerikanen die hopen op een betere toekomst.
De hoofdrolspelers zijn heerlijk gewone mensen. Jack Hall (Dennis Quaid) is aan het begin van de film een workaholic dat hij zijn vrouw en zoon nauwelijks ziet. Door de natuurrampen verandert hij niet opeens in een onaantastbare superman (en supervader). Jack blijft een gewone man die in een buitengewone situatie is geplaatst en daar het beste van probeert te maken. Dat maakt hem een held, maar een menselijke held, waarmee het goed meeleven is. Dennis Quaid zet Jack zonder veel opsmuk neer. Als hij lacht, dan lacht hij echt, en bezorgdheid en verdriet lezen we in zijn ogen, in plaats van in weidse gebaren.
Jake Gyllenhaal, die zijn zoon Sam speelt, was hiervoor alleen bekend uit arthousefilms als ‘Donnie Darko’. Hij acteert aardig, maar nog wel wat onwennig in zijn eerste ‘blockbuster’. Gyllenhaal voelt zich duidelijk nog niet helemaal thuis in de wereld van de grote Hollywoodfilms.
Het probleem van rampenfilms, en dus ook weer bij ‘The day after tomorrow’, is dat het een van de meest platgetrede paden in filmgenreland is. Ze bestaan standaard uit drie aktes: Eerst volgt de dreiging van het naderende onheil, waarin een klein groepje mensen wanhopig de overgrote meerderheid probeert te overtuigen van het gevaar (en hierin standaard faalt). Vervolgens voltrekt DE RAMP (aardbeving, vulkaanuitbarsting, vloedgolf etc) zich. Tenslotte moeten de overlevenden zich zien te rooien in de nieuwe, vernielde wereld. Ook ‘The Day after tomorrow’ volgt dit procédé nauwgezet, en dit zorgt ervoor dat je als kijker nauwelijks voor verassingen komt te staan. Emmerich, die ook het scenario schreef, probeert dit te voorkomen door de hoofdrolspelers in aparte situaties neer te zetten. Sommigen zijn leuk. Zo heeft Sam zich verschanst in de bibliotheek, en discussieert met mede-overlevers welke boeken ze het eerste in het grote haardvuur moeten gooien om het weer warm te krijgen. Nietzsche? Bijbels? Tot iemand met dé oplossing komt: Belastingboeken!
Maar soms draaft Emmerich een beetje door. Zo gaat Sam medicijnen halen op een Russisch tankerschip die toevallig voor de bibliotheek is komen drijven. Maar hij moet wel oppassen, want er zijn wolven uit de naburige dierentuin ontsnapt en die zitten nu op de boot…tja.
Waar is een rampenfilm met goede special effecten? Nergens, en gelukkig zit het op dat vlak helemaal goed. De rampspoed is echt adembenemend in beeld gebracht. Kijk hoe cyclonen Los Angeles compleet verwoesten, en zie hoe een enorme vloedgolf New York onder water zet. Indrukwekkend. Deze effecten zorgen voor de slagroom op een al lekker taartje. En gelukkig zorgt het gebrek aan slijmerig Amerikaans patriottisme dit keer niet voor kramp in de maag.

Vandaag op TV