TV Krant

Race (2016)


4090_d013_02430_r.jpeg.jpg
Op de Spelen in nazi-Duitsland in 1936 won Jesse Owens vier gouden medailles. ‘Race’ concentreert zich vooral op het racisme in Duitsland én de VS. De film hinkt daardoor op twee gedachten, maar aan de eindstreep is iedereen tevreden.

De gemiddelde sportfilm heeft een duidelijke vertelstructuur: een team of individuele sporter heeft een talent, wordt getraind door een onorthodoxe mentor, krijgt te maken met tegenslag en rekent dan in de laatste beslissende wedstrijd af met zijn grote tegenstrever. Hoera! Publiek op de banken, film afgelopen. ‘Race’ volgt gedeeltelijk diezelfde structuur en het eerste beeld is dat van Jesse Owens (Stephan James) die door een achterbuurt rent. Het is duidelijk, deze jongen vecht tegen zijn armoedige afkomst. Hij krijgt een beurs bij Ohio State University en traint onder coach Sanders (Jason Sudeikis), die zelf ooit de Spelen miste en die op de wip zit omdat zijn atleten niet winnen. Daar gaat Owens hoogstpersoonlijk verandering in brengen. Hij haalt op een toernooi zelfs drie wereldrecords binnen drie kwartier. Maar zoals Sanders zegt: “Wereldrecords pakt iemand ooit van je af, medailles zijn voor eeuwig.”

Geen rolmodel
Normaal zou de vraag in een standaard sportfilm zijn of Owens zich kwalificeert voor Berlijn en olympische medailles wint. Maar het antwoord op die vraag is een mijlpaal in de sport- en wereldgeschiedenis en zal dus voor niemand als een verrassing komen. Het sportfilmgedeelte komt door dat gebrek aan spanning niet helemaal uit de verf. Natuurlijk is er wel wat tegenslag. Jesse blesseert zich bijvoorbeeld op een feestje en laat zich uit zijn concentratie halen door een tegenstander. Maar niemand die daardoor op het puntje van zijn stoel gaat zitten. Daar komt bij dat Jesse als karakter niet heel boeiend is. Hij ziet het lopen vooral als een kans om zich uit de armoede te ontworstelen en gedraagt zich niet als rebel, laat staan dat hij zichzelf als boegbeeld van de gekleurde samenleving opwerpt. Hij heeft er helemaal geen behoefte aan om de spil te zijn van het antiracismebeweging. Hoe hard er ook aan hem getrokken wordt door allerlei organisaties die hem voor hun karretje willen spannen.

Racisme
Door de filmmakers wordt Owens wel duidelijk gebruikt voor dat thema. De film heet niet voor niets ‘Race’, wat zowel wedstrijd als ras betekent. In beeld zien we hoe Joden opgepakt en afgevoerd worden. Opvallend genoeg krijgt niet alleen het Duitsland van Hitler een veeg uit de pan. Ook in de VS blijkt van alles mis. Owens moet achterin de bus zitten terwijl blanken neerbuigend naar hem kijken, hij moet snel de kleedkamer uit als de blanke footballspelers willen douchen en een heel stadion jouwt hem uit tot hij gaat winnen en juist applaus krijgt. Datzelfde geldt voor Berlijn waar de goede prestaties van Owens ook veel losmaken, zelfs bij de Duitse collega-sporters. Dan blijkt sport toch te verbroederen. Dat thema is sterk en alom tegenwoordig, maar omdat de centrale figuur zich er verre van houdt, maakt het minder indruk op de kijker. Bij een biografie moet je je natuurlijk aan de feiten houden, maar iets meer boosheid of verontwaardiging bij Owens had de film krachtiger gemaakt. Er is niets mis met ‘Race’ en de wedstrijdscènes in Berlijn worden zelfs prachtig in beeld gebracht, maar er is weinig wat de film boven zijn verhaal uittilt. Om in sporttermen te blijven: een prima film, maar geen prijswinnaar.

Nederlandse inbreng
Voor Nederlandse kijkers is de film extra interessant. In de eerste plaats vanwege de rol van Carice van Houten als de gedreven en innovatieve Duitse regisseuse Leni Riefenstahl die zelfs camera’s ingraaft om betere beelden te maken. Ze komt pas na twintig minuten in beeld
en tolkt dan met een vet Duits accent tussen de Duitser Joseph Goebbels, die de Spelen organiseert, en de Amerikaanse IOC-official Avery Brundage (Jeremy Irons), die dreigt de wedstrijden te boycotten vanwege de Duitse Jodenhaat. Voor een forse zakenopdracht van de Duitsers is hij echter bereid de andere kant op te kijken. Omkoping is van alle tijden. Daarnaast figureert er een andere Nederlander. Je hoeft maar twee keer met je ogen te knipperen en je hebt hem gemist, maar naast Jesse Owens staat de Nederlander Tinus Osendarp tweemaal in de finale. Hij rende tweemaal naar brons en werd de ‘snelste blanke’ genoemd. In de Tweede Wereldoorlog trad hij toe tot de NSB en later de SS. Na de oorlog kreeg hij twaalf jaar gevangenisstraf. Tinus is nauwelijks twee seconden in beeld, maar zijn verhaal is interessant genoeg voor een hele film. Misschien iets voor Paul Verhoeven?

Vandaag op TV