TV Krant

WALL·E (2008)


gallery_walle_0003_04_a6dc7f64.jpeg.jpg
In de nabije toekomst is de aarde zo vervuild dat de mensheid is gaan resideren in enorme ruimteschepen, ver in het heelal. Op de aarde zijn zogeheten WALL·E (Waste Allocation Load Lifter·Earth)-robots achtergebleven, die de wereld moeten schoonmaken. Zevenhonderd jaar later is er nog maar één WALL·E over. Diens monotone dagritme wordt verstoord als er een andere robot opduikt: EVE (Extraterrestial Vegetation Evaluator), een hypermoderne robot op wie hij gelijk verliefd wordt en die hem meeneemt naar haar ruimteschip. De eerste drie kwartier wordt niet gesproken in deze Pixar-film. Al die tijd kijken we naar een verroest robotje, dat vuil verwerkt. Het hoort niet te werken, maar het werkt: hopeloos gefascineerd blijf je kijken naar dat rondrijdend stuk gebutst blik. Je houdt gelijk van WALL·E, maar waarom weet je in eerste instantie niet. De robot heeft geen ogen, mond of wenkbrauwen waarmee hij met gezichtsuitdrukkingen op ons sentiment kan spelen. Hij praat niet, maar bliept, klikt en zoemt. En juist daarom is het zo’n formidabele prestatie dat WALL·E toch lééft. Als hij zijn grijpertjes van handen vouwt en zijn verrekijkerogen een beetje schuin zet, weet hij een heel scala aan emoties te creëren. Dit eerste gedeelte, waarin we WALL·E zien doen wat hij al honderden jaren doet, is in al zijn briljante eenvoud het hoogtepunt van de film.

Vandaag op TV