TV Krant

Kingsman: The secret service (2014)


f-kingsman_the_secret_service_56136895_st_5_s-high.jpg
Een straatschoffie wordt gerekruteerd door een stijlvolle spionnenorganisatie. Hij moet meteen vol aan de bak als een superschurk de wereld bedreigt in het frisse en verrassende ‘Kingsman: The secret service’.

Mooi verhaal: James Bond-bedenker Ian Fleming zag Sean Connery absoluut niet zitten als 007. De schrijver had een gedistingeerde Brit als David Niven in gedachten, in plaats van deze onbehouwen Schot. Terence Young, regisseur van de eerste Bondfilm ‘Dr. No’, wilde Connery echter wel. Hij gaf de acteur een spoedcursus hoe te dineren, converseren én zich te kleden als een gentleman spion… Het werkte, en de rest is geschiedenis. Deze anekdote stond aan de basis van de comicreeks ‘The secret service’ van Mark Millar, die op zijn beurt weer de basis vormt van deze film. Regisseur Matthew Vaughn maakte eerder ‘Kick-ass’ (2010), die ook gebaseerd was op werk van Millar. En wie die actiecomedy kent, weet dat hun samenwerking brutale, dwarse films oplevert, vol met originele invalshoeken en onverwachte acties.

Potentie
Harry Hart (Colin Firth) is een geheim agent voor de Kingsman-organisatie. Tijdens een missie wordt zijn leven gered door een collega, die hierbij zelf om het leven komt en een vijfjarige zoon achterlaat. Bijna twintig jaar later komt Hart deze Gary ‘Eggsy’ Unwin (Taron Egerton) tegen. Door een agressieve stiefvader en een slechte leefomgeving is hij op het slechte pad beland, maar Hart ziet potentie in de knul. Hij laat Eggsy meedoen met het loodzware trainingsprogramma van Kingsman, wiens agenten de wereldvrede moeten bewaken. En laat deze nou net worden bedreigd door computergenie Richmond Valentine (Samuel L. Jackson). Op een bepaald tijdstip wil hij een computerchip in miljoenen mobieltjes activeren, waardoor de eigenaren in moordlustige wezens veranderen. Op die manier wil Valentine iets aan de overbevolking doen. Kunnen de Kingsman hem stoppen voor het te laat is?

Atypisch
De drie ijzersterke hoofdrolspelers zijn de pijlers waar de film op rust. In de eerste plaats Colin Firth, als veteraan-Kingsman Harry Hart. In alles straalt hij de beschaafde, Britse superspion uit. Met zijn op maat gesneden pakken en een kalmte, die hij zelfs in levensbedreigende situaties niet verliest. Toch is het geen karikatuur, want een karikatuur is meestal een eendimensionaal figuur. En onder Harts gladgestreken voorkomen borrelt en bruist het, en hij laat zich een paar keer op een atypische manier helemaal gaan. Bijvoorbeeld in een gevecht met een kerk vol rechtsextremisten. Je moet het zien om te geloven…

Slist
Wel een karikatuur, maar van het goede soort, is Samuel L. Jackson als Richmond Valentine. Het is het soort flamboyante, excentrieke superschurk die vaak opduikt in Bondfilms. De verrassing zit in hoe Jackson hem speelt. Je verwacht dat de acteur deze slechterik zijn handelsmerk zal meegeven, oftewel een luide commanderende stem die als een mitrailleur scheldwoorden op je afvuurt. Maar Valentine praat rustig, en slist. Hij is een man die zelf niet tegen geweld en bloed kan, en met zijn gekleurde petje er als een groot kind uitziet.

Transformatie
Nieuwkomer Taron Egerton is echt een ontdekking. Waar Harry Hart de gegoede klasse van Engeland verbeeldt, komt Gary ‘Eggsy’ Unwin uit de armoedige, door criminaliteit geteisterde arbeidersklasse. Egerton moet op een dunne lijn balanceren: hij moet overtuigen als brutale knul, maar hij mag de kijker ook weer niet afstoten. Dus achter zijn nukkige houding moet ook een lieve, aardige jongen schuilen. En Egerton moet de transformatie van straatschoffie naar chique geheim agent zo overbrengen dat wij het als kijker geloven. Al die tegenstrijdigheden in karakter en gedrag weet de acteur volkomen naturel over te brengen.

Cartoonesk
‘Kingsman: The secret service’ speelt met de verwachtingen van de kijker. Als je denkt te weten wat er gaat gebeuren, gaat het plots een onverwacht grimmige kant op, of juist een komische. Soms schiet het daar een beetje in door. Het geweld, hoewel grotendeels cartoonesk, komt hard binnen. Mensen volledig tot moes slaan is niet leuk om te zien, ook al gebeurt het met een knipoog. En bij de scène met een gevangengenomen Scandinavische prinses, die in ruil voor haar vrijlating bepaalde seksuele handelingen aanbiedt, heb je als kijker eerder plaatsvervangende schaamte dan de bulderende lach die de makers voor ogen hadden.

Lef
‘KIngsman: The secret service’ vliegt hier en daar dus uit de bocht, maar dat is inherent aan een film die lef toont en risico’s durft te nemen. En dat hebben we toch liever dan een gladgestreken, veilige film, die je al snel weer vergeten bent. ‘Kingsman: The secret service’ blijft hangen, en gelukkig vooral om de vele fantastische vondsten dan de paar uitglijders.

Vandaag op TV