TV Krant

Surf's up (2007)


surf_01.jpg
Wie denkt dat pinguïns alleen maar een beetje verveeld op een ijsschots om zich heen staan te kijken, heeft het mis. Ze marcheren, tapdansen en -zoals ‘Surf’s up’ laat zien- kunnen surfen als de beste!

De pinguïn Cody Maverick (stem van Ruud Feltkamp) heeft maar één passie: surfen. Zijn grote voorbeeld is de legendarische ‘Big Z’ (Bartho Braat), die jaren geleden tijdens een wedstrijd kopje onder ging en nooit meer boven is gekomen. Als er een surfmatch wordt gehouden ter nagedachtenis aan Big Z, wil Cody dan ook koste wat het kost meedoen. Hier maakt hij vrienden, zoals de hippiekip Joe (Jop Joris) en de leuke strandwacht Lani (Viviënne van den Assem), maar ook vijanden, zoals zijn arrogante tegenstander Tank ‘De schredder’ Evans (Marcel Jonker). Na een desastreus verlopen oefenwedstrijdje tegen Tank likt Cody zijn wonden in het oerwoud, waar hij kluizenaar ‘The Geek’ tegenkomt. Deze leert hem de nodige levenslessen en stoomt Cody zo klaar voor de beslissende wedstrijd tegen Tank. En The Geek lijkt ook nog eens verdacht veel op een vadsige versie van Cody’s vroegere held...

Pinguïns zijn in korte tijd erg populair geworden op het witte doek. De invasie van de waggelende, smokingdragende beesten begon met de documentaire ‘March of the penguins’, ging verder met de tapdansende exemplaren van ‘Happy feet’ en nu klimmen ze op een surfplank voor ‘Surf’s up’. Pinguins zijn in ieder geval wel prijzenswaardig te noemen: Zowel ‘March of the penguins’ als ‘Happy feet’ wonnen Oscars. Of dat ook met ‘Surf’s up’ gaat gebeuren betwijfelen we (Pixarbriljantje ‘Ratatouille’ gaat er waarschijnlijk met het goudkleurige beeldje vandoor), maar hij is wel erg leuk.

En de film is zelfs in het Nederlands te verteren! ‘Surf’s up’ komt hier alleen uit in de nagesynchroniseerde versie, iets wat op de TV Krant-burelen altijd enige weerstand oproept. Vaak komt het gekunsteld over, omdat de Nederlandse zinnen moeten kloppen met de lippen van de personages, die zijn afgestemd op de originele, vaak Amerikaanse stemacteurs. Maar hier is dat goed gelukt. De relaxte surftaal (Veel ‘gozer’, gast’ en ‘chickie’) vloeit nergens geforceerd uit de snavels. Ook zijn er een paar leuke naamvondsten: Komt Cody in de originele Amerikaanse versie uit Shiverpool, bij ons komt hij uit Sneeuwarden.

Sony picture animation maakte vorig jaar een ietwat valse start met ‘Open season’. De studio wilde met deze debuutfilm te krampachtig een hit scoren, wat veel geschreeuw en geren (want dat vinden kinderen toch leuk? Eh, nee) opleverde. Ze revancheren zich prima met ‘Surf’s up’, die ondanks de woeste golven op een rustige manier voortkabbelt, en zo ruimte laat voor reflectie en karakterontwikkeling. Het originele aan de film is ook de opzet. Hoofdpersonage Cody wordt gevolgd door een cameraploeg die een documentaire over hem maakt. ‘Surf’s up’ wordt zo doorspekt met ‘interviews’ met familie en vrienden, wat, net als in real life, veel komische onwennigheid, zenuwachtigheid en ge-‘eh’... oplevert).

Regieduo Ash Brannon en Chris Buck hebben beiden hun sporen al verdiend in het animatiegenre (Brannon is co-regisseur van ‘Toy story 2’ en Buck heeft ‘Tarzan’ gemaakt) en weten dus prima hoe ze de kijker moeten plezieren. De golven zien er net echt uit, er zitten een paar erg grappige bijfiguren in (let op de jonge pinguïn die keer op keer door Lani gered wil worden), op de achtergrond gebeurt telkens wel wat leuks en de grappen komen rap zonder dat het een spervuur wordt waaronder het verhaal en de moraal (‘winnen betekent niet per se eerste worden’) ondersneeuwen. En zo zorgt ‘Surf’s up’ ervoor dat de zegetocht van de pinguïns nog wel even door zal gaan, want de film is vermaak van de bovenste (surf)plank.

Vandaag op TV