TV Krant

Gran Torino (2008)


clint_03.jpg
Raszeikerd Walt Kowalski vindt zijn nieuwe Aziatische buren maar niks. Maar als Walts buurjongen zijn Ford Grand Torino uit 1972 probeert te stelen, is dit bizar genoeg het begin van een vriendschap.

Met het overlijden van zijn vrouw lijkt het laatste restje liefde uit Walt Kowalski (Clint Eastwood) te zijn verdwenen. Hij zeurt op alles en iedereen, van zijn materialistische zonen tot de nieuwe Aziatische buren. Kowalski’s buren zijn de Lors, waarvan de zachtaardige tienerzoon Thao (Bee Vang) de man des huizes is. Ondanks waarschuwingen van zijn wereldwijze zus Sue (Ahney Her) raakt Thao betrokken bij een jeugdbende, die hem als inwijdingsritueel Walts auto laten stelen. Dit mislukt, Thao’s moeder komt erachter en als straf moet Thao van haar klusjes doen voor Kowalski. Deze maakt het de jongen in het begin erg moeilijk met botte opmerkingen, maar gaandeweg ontdekt Walt dat Thao een pientere jongen is. Er ontstaat zowaar een vriendschap tussen de twee. Maar de jeugdbende loert nog steeds op Thao én de Gran Torino...

Hoe lang nog, Clint? Dat is een vraag die zich zo de laatste jaren steeds vaker opdringt. De acterende regisseur (of regisserende acteur, wat je wilt) Clint Eastwood is met zijn 78 jaar in de herfst van zijn leven belandt. Bij elke nieuwe productie van zijn hand overvalt je een weemoedig gevoel: wordt dit zijn zwanenzang? Om het cru te zeggen: leeft hij lang genoeg om nog een film te maken? Je weet dat hij geen tien films meer in zich heeft, maar mogen we hopen op nog één? Twee? Wellicht drie... of vier? Dit gevoel is niet voor alle oudere filmmakers weggelegd, maar Eastwood is een apart geval: hij levert in zijn laatste jaren namelijk alleen nog maar topfilms af. We durven zelfs te zeggen dat hij nu in zijn kwalitatief beste periode zit als filmmaker.
Maar oh, wat wordt hij oud! Eastwood heeft sinds ‘Million dollar baby’ niet meer voor de camera gestaan en in de vier jaar die er sindsdien zijn verstreken is Clints haar van grijs naar donzig gegaan, zijn z’n gezicht en lijf nog taniger en doorgroefder geworden, en klinkt zijn stem gruiziger dan voorheen.

Er gingen hardnekkige geruchten dat ‘Gran Torino’ een nieuwe ‘Dirty Harry’-film zou worden. Op sommige momenten kan je dat goed begrijpen. Walt Kowalski mag dan bejaard zijn, maar hij is voor de duvel niet bang, wat zich uit in zijn confrontaties met bendes uit de buurt. Als een opgeschoten jongere het waagt in zijn tuin te komen, sist Kowalski alleen maar: ‘Get off my lawn’... De blik in zijn ogen, en de dreigende intonatie waarop hij het zegt doet de jongen met zijn staart tussen de benen afdruipen. ‘Get off my lawn...’ kunnen we zo zetten naast de beroemde Dirty Harry quote: ‘Go ahead punk. Make my day’. Maar Kowalski’s personage gaat veel dieper dan de toch wat eendimensionale inspecteur ‘Dirty’ Harry Callahan.

Want Eastwoods Walt zeikt dan wel op alles en iedereen, maar je ziet dat hij dat doet uit onzekerheid, en zelfs angst. Angst om de greep te verliezen. De wereld is namelijk verandert, maar Walt niet. Zijn buurt was eens een blanke arbeiderswijk, maar nu een multiculturele verpauperde buurt. Zijn zoons en kleinkinderen werken niet met hun handen, maar zijn yuppies geworden, met voor Walt onbegrijpelijke prullaria als blackberry’s en i-pods. Na de dood van zijn vrouw zoekt Kowalski houvast, en vindt dat in zijn Ford Gran Torino uit 1972, die hij nog eigenhandig heeft gebouwd en waar hij uren naar kan staren: dat is zijn geluk. Tot die bolide bijna wordt gestolen. Dat zet de machinerie in werking waardoor Kowalski dichter bij zijn buitenlandse buren komt, vooroordelen van zich afwerpt en respect voor ze krijgt. “I have more in common with these people than I do with my own spoiled, rotten children.” Uiteindelijk culmineert alles in een dramatische climax.

Klinkt zwaar, en dat is het ook, maar ‘Gran Torino’ heeft daarnaast genoeg –terloopse- humor. Zo wordt Walt, doordat hij een jeugdbende heeft verjaagd, tot zijn ontzetting de held van de buurt. Wat zich uit in enorme hoeveelheden eten, planten en bloemen op zijn stoep. Waar hij dus totaal niet op zit te wachten... Ook komisch zijn de momenten waarop Walt zijn buurjongen Thao (die hij consequent ‘Toad’, oftewel ‘Pad’ noemt) onder zijn hoede neemt om hem wat weerbaarder te maken. Als eerste les brengen ze een bezoekje aan Walts vaste kapper Martin (John Carroll Lynch) om Thao de kunst van het gemoedelijk uitschelden te leren.

‘Gran Torino’ is met evenveel zorg gemaakt als de gelijknamige auto: de verhaallijn loopt als een zonnetje en de acteerprestaties haperen geen moment. En zo levert Eastwood weer een kwaliteitsfilm af. Clint, you’ve made our day! En stiekem hopen we dat er nog vele films mogen volgen.

Vandaag op TV