TV Krant

De zevende hemel (2016)


zeven.jpg
Ondanks de opwekkende naam, is het achter de schermen van restaurant De Zevende Hemel niet allemaal pais en vree. De bijzondere gelijknamige film kent een remedie: zing de problemen van je af.

Max en Maria (Huub Stapel en Henriëtte Tol) runnen al 35 jaar het Italiaanse restaurant De Zevende Hemel. Ze willen dit jubileum graag vieren met hun kinderen Paul, Eva en Matthijs (Thomas Acda, Halina Reijn en Jan Kooijman) plus aanhang, maar oude ruzies en relatieproblemen staan een familiereünie in de weg. De tijd om tot een oplossing te komen dringt, omdat Maria ernstig ziek blijkt te zijn…

Vast recept?
We worden overspoeld door romantische komedies van eigen bodem. Ze zijn succesvol, maar dat betekent niet dat ze allemaal ook goed zijn. Er begint zich een vast recept af te tekenen: aantrekkelijke acteurs uit populaire tv-series spelen in een zeer luchtig verhaaltje over aantrekken, afstoten en uiteindelijk toch wel aantrekken. Een oude rot uit de acteerwereld mag het geheel nog wat gewicht geven.

Niet fabrieksmatig
Op het eerste gezicht lijkt ‘De Zevende Hemel’ ook die kant op te gaan. Populaire gezichten (Jan Kooijman, Noortje Herlaar) tegenover acteer-ankers als Huub Stapel en Henriëtte Tol, in een verhaal over een familie met probleempjes, waarbij het uiteindelijk allemaal wel weer goed komt. Toch? Ja en nee. Wat ‘De Zevende Hemel’ voorheeft op vele romkoms, is een ziel. Het is geen fabrieksmatige film, waarin braaf alle regels waaraan een genrefilm moet voldoen worden afgevinkt, zonder dat er een hart of gevoel achter zit. ‘De Zevende Hemel’ neemt zichzelf serieus.

Er wordt gezongen!
En er wordt door de castleden zelf gezongen in ‘De Zevende Hemel’. Thomas Acda die zijn filmmoeder ‘Ik leef niet meer voor jou’ van Marco Borsato toebijt, Ruben van der Meer en Halina Reijn die in een troosteloze bouwwinkel ‘Is dit alles’ van Doe Maar verzuchten, en Jan Kooijman die eindelijk zijn liefde durft te uiten aan zijn grote liefde Julia, door middel van het gelijknamige Nick & Simon-nummer. Dat zingen levert in het begin opgetrokken wenkbrauwen op. Wat is dit? Een gimmick?

Uit de comfortzone
Maar op een gegeven moment valt het kwartje bij de kijker. Of beter gezegd: het gevoel. Je begrijpt dat regisseur Job Gosschalk een waarachtig verhaal wil vertellen. En waar gewone woorden ontoereikend zijn, kan muziek soms wél een bepaalde emotie bewerkstelligen. De liedjes (waaronder ook ‘Avond’ van Boudewijn de Groot, ‘Omarm’ van Bløf en het onvermijdelijke ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij) zijn gelukkig goed in het verhaal verweven. Ze vullen de gesproken tekst aan, in plaats van een hinderlijke onderbreking in de film te zijn. Het heeft iets ontroerends om acteurs uit hun comfortzone te zien stappen om een lied ten gehore te brengen. Iemand als Thomas Acda kan wel zingen, maar de songs van Halina Reijn en Huub Stapel komen, juist omdat ze niet perfect zijn gezongen, ongepolijst mooi over. Ze komen in ieder geval uit het hart en dat is waar ‘De Zevende Hemel’ op mikt.

Vandaag op TV